Universiteitsraad

Universiteitsraad

De Universiteitsraad (UR) van de Universiteit Maastricht (UM) is het medezeggenschapsorgaan op basis van de Wet op het Hoger onderwijs en Wetenschappelijk onderzoek. De belangrijkste bevoegdheden van de Universiteitsraad zijn het advies- en instemmingsrecht. In het Bestuurs- en Beheersreglement UM is omschreven op welke punten de UR om advies en/of instemming wordt gevraagd. De UR is betrokken bij het opstellen van dit reglement. De UR functioneert ook als klankbord voor het College van Bestuur (CvB), toetst, controleert en kan initiatiefvoorstellen indienen.

Commissies

De raad kent drie commissies waarin medewerkers en studenten overleggen met het CvB over plannen en voorstellen. De commissies zijn ingesteld om bepaalde onderwerpen in kleiner verband voor te kunnen bereiden, voordat deze in de plenaire raadsvergaderingen met het College van Bestuur aan de orde komen. De commissies adviseren de Universiteitsraad zodat deze weloverwogen tot besluitvorming kan komen. De uiteindelijke besluitvorming vindt plaats in de plenaire vergadering van de Universiteitsraad met het College van Bestuur.

De Universiteitsraad vergadert doorgaans eenmaal per maand op woensdagmiddag. De vergaderingen zijn, evenals die van de commissies van de raad, openbaar.

Structuur

De Universiteitsraad bestaat uit 18 leden, gelijk verdeeld over studenten en medewerkers. Zes mensen vertegenwoordigen het wetenschappelijke personeel, drie het ondersteunend personeel. Zij worden om de twee jaar gekozen. De negen studenten in de UR worden elk jaar gekozen.

Doel

De Universiteitsraad heeft tot doel een goede gang van zaken binnen de universiteit te bevorderen. De raad kan alle aangelegenheden die de universiteit betreffen bespreken. De universiteitsraad bevordert naar vermogen de openheid, openbaarheid en het onderling overleg binnen de universiteit. Ook heeft de raad tot taak de visies en belangen van personeel en studenten in het kader van de doelstelling van de universiteit af te wegen. De raad heeft voorts in het algemeen tot taak in de universiteit te waken tegen discriminatie op welke grond dan ook en in het bijzonder de gelijke behandeling van mannen en vrouwen te bevorderen alsmede de inschakeling van gehandicapten en allochtonen.

Rechten

De raad heeft instemmingsrecht onder meer met betrekking tot het instellingsplan, het studentenstatuut, het bestuurs- en beheersreglement, de zorg voor de studentenvoorzieningen, het instellen en beƫindigen van opleidingen en de regels op het gebied van veiligheid, de gezondheid en het welzijn. De raad heeft adviesrecht ten aanzien van bijvoorbeeld de begroting, het oprichten van rechtspersonen, de financiƫle deelnemingen van de UM-Holding B.V. en het beperken van de eerste inschrijving op grond van de beschikbare onderwijscapaciteit.